Facetartrose bij 18- tot 40-jarigen

Overmatige bewegingsuitslagen beperken

De facetgewrichten bevinden zich aan de achterzijde van de wervelkolom. De functie van deze gewrichten is om overmatige bewegingsuitslagen te beperken zodat er geen schade kan ontstaan aan de zenuwen en het ruggenmerg. De facetgewrichten laten ons bewegingen maken die te maken hebben met draaien en buigen. Vooral in de nek en de onderrug zijn de facetgewrichten hiertoe in staat, in de borstwervelkolom zijn de facetgewrichten veel minder beweeglijk.

Facetartrose

Waar dienen deze gewrichten voor?

In de lage rug staan de facetgewrichten per segment (2 facetgewrichten ondersteunen 1 tussenwervelschijf) ons toe om ongeveer 12 graden te buigen/strekken, 5 graden naar opzij te buigen en slechts 2 graden te roteren.

Een facetgewricht bestaat uit een verbinding tussen 2 wervels. De onderliggende wervel levert de opstaande (diepste) rand en de bovenliggende wervel de meer oppervlakkig gelegen neerwaartse rand. Beide randen zijn bedekt met kraakbeen en omgeven door een gewricht kapsel (een soort zakje). Dit kapsel in zeer rijk aan hele kleine zenuwvezels die signalen afgeven zodra het facetgewricht geïrriteerd raakt. In het gewricht bevindt zich gewrichtsvocht, een soort olie die het gewricht soepel houdt.

Slijtage van de facegewrichten

Facetgewrichten zijn dagelijks zeer veel in beweging bij de verschillende belaste posities met name tijdens het zitten, staan en lopen maar ook bij liggen en draaien in bed. Slijtage van deze gewrichten (artrose) wordt dan ook veel gezien zodra het kraakbeen dunner wordt en het onderliggende bot reageert op deze verandering. Hierbij kunnen dan botrichels ontstaan en zelfs een aanzienlijke vergroting van de omvang van het gewricht. Dit noemen we facetartrose en kan gepaard gaan met veel pijnklachten bij bewegen maar ook spierspasmes van de overliggende rugspieren.