Gebruikte materialen bij een spondylodese

Kooi-vormige implantaten: cages

Cages die worden gebruikt bij interspinale fusies zijn doorgaans gemaakt van kunstof (PEEK) danwel titanium (metaal). Beide materialen hebben een elasticiteit die lijkt op dat van bot.

Met de moderne technieken van tegenwoordig kan het titanium ook met 3D printers worden gemaakt (poreus titanium) in een vorm en kwaliteit die nog meer op bot lijkt dan kunstof. Daarom heeft dit momenteel in toenemende mate in Nederland de voorkeur bij wervelkolom chirurgen. Hiermee wordt de titanium cage ook onderdeel van de fusie en wordt aanvullend bot alleen nog rondom de cage bijgelegd.

Ook de schroeven die worden gebruikt om de wervelkolom te fixeren zijn gemaakt van titanium. Deze worden onderling met staafjes van titanium met elkaar verbonden.

Vorm van de implantaten

De vorm van de cages hangt nauw samen met hoe de operatie benadering plaatsvindt. De wervelkolom kan bij interspinale operaties benaderd worden vanaf de voorkant (anterieure lumbale interbody fusie/ALIF) of via de achterkant (posterieure lumbale interbody fusie/PLIF). Ook vanaf de achterkant maar dan iets schuin vanuit de facetgewrichten kan de tussenwervelruimte benaderd worden en noemen we dit een transforaminale interbody fusie of TLIF.

ALIF: voorkant

De voorste benadering biedt de mogelijkheid om wat grotere/bredere cages te plaatsen aangezien we daar niet gehinderd worden door het verloop van zenuwen maar vooral door de grote bloedvaten. Zodra die opzij gehouden kunnen worden komen we bij de tussenwervelschijf. Deze techniek is technisch alleen goed mogelijk op de onderste 2 niveaus L4-5 en L5-S1. Het biedt alleen indirect mogelijkheid om ruimte voor zenuwen te vergroten dus deze techniek is minder geschikt als er ook sprake is van een aanzienlijke kanaalstenose of hernia.

PLIF: achterkant

De PLIF techniek laat toe om met 2 rechte cages ter weerszijde van de duraalzak (waarin zich de zenuwen bevinden) toegang tot de tussenwervelruimte te verkrijgen.

TLIF: achterkant schuin vanuit de facetgewrichten

Bij de TLIF techniek gaat dit vaak via 1 zijde door wegnemen van het facetgewricht. Daarbij wordt dan een banaan-vormige cage geplaatst die dwars in de tussenwervelruimte komt te liggen. Uiteraard is het mogelijk om ook via de TLIF benadering van 2 kanten met 2 PLIF cages te werken dus is de koppeling tussen vorm van de cage en de benadering minder strict dan het lijkt.